Uit onderzoek blijkt dat brandveiligheid bij veel VvE-besturen onvoldoende aandacht krijgt. Een aanzienlijk deel van de bestuurders staat zelden of zelfs nooit stil bij de risico’s in gemeenschappelijke ruimtes.
Veel VvE’s blijken bovendien slecht voorbereid op een eventuele brand. Zo beschikt meer dan 75% van de ondervraagden niet over een evacuatieplan. Dat roept belangrijke vragen op: hoe worden minder mobiele bewoners in zo’n geval geëvacueerd? En mag de lift wel of niet worden gebruikt? Dit is zorgelijk, juist omdat ogenschijnlijk onschuldige objecten – zoals deurmatten, planten, bankjes of decoratie – bij brand een groot gevaar kunnen vormen. Ze dragen bij aan snelle en vaak giftige rookontwikkeling, waardoor vluchtwegen onbruikbaar raken en levens in gevaar komen. Het aanspreken van bewoners op dit soort zaken kan lastig zijn, zeker als het gaat om kleine overtredingen. Daarom is het des te belangrijker om duidelijke huisregels vast te leggen en bewoners daar actief en consistent over te informeren.
De aandacht voor brandveiligheid in gemeenschappelijke ruimtes van VvE’s is daarnaast opnieuw toegenomen. In een recente Kamerbrief van 6 februari 2026 (referentie 2026-0000033473) onderstreept de minister het belang hiervan. In deze brief wordt, naar aanleiding van Kamervragen, uiteengezet welke regels gelden. Voor VvE’s betekent dit concreet dat hallen, gangen en trappenhuizen daadwerkelijk vrij en brandveilig moeten worden gehouden. Het bevoegd gezag, zoals de gemeente of brandweer, kan bij overtredingen handhavend optreden. Sinds de invoering van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geldt bovendien de zogenoemde ‘nee, tenzij’-regel: objecten in vluchtroutes zijn in principe niet toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat zij geen enkel brandrisico vormen. Tegelijkertijd is er enige ruimte voor beperkte uitzonderingen, zoals niet-brandbare materialen of een kleine deurmat of schilderij, zolang de doorgang volledig vrij blijft.
Met het Besluit bouwwerken leefomgeving als kader hebben VvE-besturen dus meer mogelijkheden om handhavend op te treden richting bewoners. Door brandveiligheid structureel op de agenda te zetten, deskundig advies in te winnen en bewoners goed te informeren, kunnen risico’s aanzienlijk worden verkleind.
Na de flatbrand in Arnhem, waarbij een dodelijk slachtoffer viel, kwam het onderwerp nadrukkelijk op de agenda, mede door de inzet van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Het NIPV werkt inmiddels aan een leidraad voor gebouweigenaren. Toch lijkt de urgentie langzaam weer af te nemen. Volgens Kees Oomen is het daarom hoog tijd om brandveiligheid opnieuw nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. (Bron VvE Belang)